BAIKALMEER
Het meer met maansikkelvorm is 636 km lang en varieert in breedte van 14 tot 80 km. Het meer wordt gevoed door de Selenga, Bargoezin en Verchnaja-Angara rivieren en door meer dan 300 bergstromen. De enige afwatering is de Lagere-Angara, die westelijk van het meer door Irkoetsk, en daarna zeker 1000 km verder in de Jenisej stroomt. De Baikal, Bargoezin en andere bergketens omringen het meer, en rijzen langs alle oevers op, behalve op de zuidoostelijke Senga-Delta. Het Baikalmeer heeft verschillende eilanden, waarvan Olchon de grootste is. Nizjnje-Angarsk en Listvjanka zijn de havenplaatsen.
Het Baikalmeer is bekend vanwege de opmerkelijke helderheid van het water en de grote diversiteit van de planten- en dierenwereld. De meerderheid van de gevonden soorten in het meer zijn inheems. De vangst van steur, zalm en zoetwater-robben is lucratief, evenals grote hoeveelheden andere vissoorten. In de nabije omgeving bevinden zich oliebronnen, maar ook mineraal- en heetwaterbronnen. De zuidelijke oevers van het meer worden bewoond door de Boerjaten, die zeer verwant zijn aan de Mongolen van buurland Mongolië.
De Russische ontdekking van het Baikalmeer in 1643 verschafte een belangrijke handelsroute tussen Rusland en China. Via Listvjanka kwamen ondersteuningspunten in de Selenga rivier tot stand. In de jaren 50 en 60 bedreigde afval van een papierfabriek op de zuidelijk oever het voortbestaan van unieke planten- en diersoorten. In de jaren 70 zijn veel inspanningen gedaan om de vervuiling te verminderen en het water schoon te maken. Een visverbod van 1969 tot 1977 herstelde de populaties van veel soorten.
|
|